Op 2 juni stuurde staatssecretaris De Bat van Klimaat en Groene Groei een Kamerbrief  over de aanpak in hoofdlijnen voor schademeldingen van de beving bij Geelbroek. Hieronder leest u de belangrijkste informatie uit die brief.

Er zijn veel schademeldingen binnengekomen bij de Commissie Mijnbouwschade (CM) en het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Daarom komt er een speciale aanpak. Het doel is om schade eenvoudiger af te handelen. 

Vergoeding die past bij de schade

De CM is verantwoordelijk voor de afhandeling van schade als gevolg van de beving bij Geelbroek. Het ministerie, de CM en de NAM hebben een aantal voorwaarden afgesproken voor een vereenvoudigde aanpak. Zo moet de vergoeding passen bij de schade, de regeling begrijpelijk en goed uit te voeren zijn en de verhouding tussen uitbetaalde bedragen en onderzoekskosten in balans zijn. 

Afstand tot de beving

Ook de afstand tot het epicentrum van de beving is belangrijk. Verder van het epicentrum zijn de trillingen van de aardbeving minder sterk. De kans op schade is dan kleiner. Er zijn in totaal vier ringen rondom het epicentrum van de beving aangewezen. Dichtbij het epicentrum (ringen 1 en 2) is de mogelijke vergoeding hoger.

Kaart van het beoordelingsgebied van de beving bij Geelbroek, met de verschillende ringen. De grenzen zijn bepaald door het KNMI.

Eerste afhandeling na de zomer

De komende tijd wordt de vereenvoudigde aanpak voor de eerste en tweede ring uitgewerkt. De Commissie Mijnbouwschade start naar verwachting na de zomer met de behandeling van schade in deze binnenste ringen. Voor de twee buitenste ringen moet eerst nog een regeling worden uitgewerkt. Dat gebeurt naar verwachting later dit jaar. Zodra de inhoud van de regelingen bekend is, zullen wij schademelders hierover informeren.

Wilt u meer weten over de aanpak? Lees dan de hele Kamerbrief.